Een SA-bijeenkomst beschreven door Simon Vestdijk

Partijliederen klonken op de kamers en op de trappen zware laarzen (1934)

 

De roman Else Böhler, Duits dienstmeisje (1935) van Simon Vestdijk speelt voor een niet onbelangrijk deel in Berlijn. De protagonist Johan Roodenhuis, een rechtenstudent uit Den Haag, is verliefd geworden op een Duitse dienstmaagd, de mooie Else Böhler. Wanneer zij terugreist naar haar vaderland volgt hij de jonge vrouw en probeert haar eerst in Keulen, later ook in Berlijn op te sporen.

Het beeld dat Vestdijk van Berlijn schetst is verontrustend, want hij laat zien hoe de stad betrekkelijk snel na de machtsovername van Hitler vast in handen van de nationaal-socialisten is gekomen. Het straatbeeld wordt bepaald door hakenkruisen en marcherende SA-troepen.

 

Bundesarchiv B 145 Bild-P049500, Berlin, Aufmarsch der SA in Spandau.jpg

 

Optocht van SA-mannen in Berlijn Spandau (1932), Bundesarchiv / Wikimedia Commons

 

 

 

 

 

Johan Roodenhuis verblijft ergens tijdens de wintermaanden van 1934 in Berlijn, kort voordat Hitler op 1 juli van datzelfde jaar Ernst Röhm, de Führer van de SA, die terreur en straatgeweld op last van de NSDAP organiseerde, om het leven zou laten brengen. De Sturmabteilung had zich met rond 400.000 leden ontwikkeld tot een staat-in-de-staat en voor Hitler was de tijd rijp daaraan een einde te maken.

Tijdens zijn Berlijnse verblijf komt Johan Roodenhuis in aanraking met een groep studenten die allen lid zijn van de SA. Hun nazi-parolen en het geweld tegen de joden zijn in de straten van Berlijn een vanzelfsprekendheid geworden. Johan Roodenhuis wordt uitgenodigd naar een bijeenkomst waar de NSDAP-politicus Alfred Rosenberg zal spreken. Hij was een van de belangrijkste nazi-ideologen en werd in 1946 tijdens het Proces van Nürnberg veroordeeld en terechtgesteld.

 

Vestdijks beschrijving van de SA-bijeenkomst in Else Böhler