16. & 17. Jahrhundert

 

 

PIETER BERNAGIE

Vadermoord en bloedschande: visies op Oedipus‘ vergrijpen tussen 1600 en 1850.
In: Nederlandse letterkunde 1 (1996), S. 138-155.

Kapitel VIII – Poetische gerechtigheid. & Kapitel IX – Antropomorfe goden.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 283-317 & S. 318-344.

 

BIBLIOTEKA GDANSKA

Nederlandse literatuur 1576-1754 in de Bibliotheka Gdanska.
In: De nieuwe taalgids 88 (1995), S. 137-149.

 

ABRAHAM BOGAERT

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

Kapitel VIII – Poetische gerechtigheid. & Kapitel IX – Antropomorfe goden.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 283-317 & S. 318-344.

 

GERBRAND ADRIAENSZ. BREDERO

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

Een sonnet door “Non Nobis” bij Bredero’s Griane (1616).
In: Klinkend boeket. Studies over renaissancesonnetten voor Marijke Spies. Onder redactie van H. Duits, A.J. Gelderblom en M.B. Smits-Veldt. Hilversum: Verloren, 1994, S. 55-60

De relatie tussen vorm en inhoud in de zeventiende-eeuwse Nederlandse tragedie.
In: Spiegel der Letteren 44 (2002), S. 32-36.
Sondernummer ‚Het Nederlandse Renaissancetoneel als probleem en taak voor de literatuurhistorie‘

Kapitel I – Fortuna. Kapitel II – Providentia Dei. & Kapitel III – Fatum.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 27-57, S. 58-90 & S. 91-120.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.

Beständigkeit versus Wankelmut. Personentypen im senecanisch-scaligerianischen Drama (1600-1620) in den nördlichen Niederlanden.
In: Christel Meijer, Bart Ramakers und Hartmut Beyer (Hrsg.), Akteure und Aktionen. Figuren und Handlungstypen im Drama der Frühen Neuzeit. Münster: Rhema, 2008, S. 209-232. Symbolische Kommunikation und 65.

 

JAN VAN BROEKHUIZEN

Het vrouwelijke perspectief: pastorale liefdesklachten van Jan van Broekhuizen (1649-1708) en Charlotte Lochon (†1689).
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 122 (2006), S. 54-71.

 

JACOB CATS

Endzeitvorstellungen in den Niederlanden im siebzehnten Jahrhundert.
In: Nachbarsprache Niederländisch 15 (2000), S. 105-134.

 

SAMUEL COSTER

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

De relatie tussen vorm en inhoud in de zeventiende-eeuwse Nederlandse tragedie.
In: Spiegel der Letteren 44 (2002), S. 32-36.
Sondernummer ‚Het Nederlandse Renaissancetoneel als probleem en taak voor de literatuurhistorie‘

Kapitel I – Fortuna. Kapitel II – Providentia Dei. & Kapitel III – Fatum.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 27-57, S. 58-90 & S. 91-120.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.

Beständigkeit versus Wankelmut. Personentypen im senecanisch-scaligerianischen Drama (1600-1620) in den nördlichen Niederlanden.
In: Christel Meijer, Bart Ramakers und Hartmut Beyer (Hrsg.), Akteure und Aktionen. Figuren und Handlungstypen im Drama der Frühen Neuzeit. Münster: Rhema, 2008, S. 209-232. Symbolische Kommunikation und 65.

 

JEREMIAS DE DECKER

De retorica van het “movere” in Jeremias de Deckers Goede Vrydag ofte het Lijden onses Heeren Jesu Christi.
In: De nieuwe taalgids 83 (1990), S. 298-312.

 

HEIJMEN DULLAERT

De weg van het lichaam. Heijmen Dullaerts “Op de vyf wonden des Heilands”.
In: Nachbarsprache Niederländisch 17-1 (2002), S. 30-38.

 

DRAMENLITERATUR IM 17. JAHRHUNDERT: FORSCHUNGSBERICHT

Nederlands toneel 1600-1730. Het onderzoek van de laatste twintig jaar.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 115 (1999), S. 201-217.

 

ENDZEITVORSTELLUNGEN

Endzeitvorstellungen in den Niederlanden im siebzehnten Jahrhundert.
In: Nachbarsprache Niederländisch 15 (2000), S. 105-134.

 

DANIEL HEINSIUS

Ben ick niet een rustich knecht? Het spelkarakter van Daniël Heinsius‘ „Pastorael“.
In: Neerlandica extra muros 35-3 (1997), S. 8-18.

 

PIETER CORNELISZ. HOOFT

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

De structuur van de handeling in Hoofts Baeto.
In: De nieuwe taalgids 83 (1990), S. 41-53.

Dits des werrelts loop: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in het toneeloeuvre van Pieter Cornelisz Hooft.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113 (1997), S. 28-45.

Ick had wat in den zin: het handelingsinitiatief in de ernstige spelen van Pieter Cornelisz Hooft.
In: J. Jansen (red.), Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997. Amsterdam: A D & L Uitgevers, [1997], S. 13-33.

De relatie tussen vorm en inhoud in de zeventiende-eeuwse Nederlandse tragedie.
In: Spiegel der Letteren 44 (2002), S. 32-36.
Sondernummer ‚Het Nederlandse Renaissancetoneel als probleem en taak voor de literatuurhistorie‘.

Beständigkeit versus Wankelmut. Personentypen im senecanisch-scaligerianischen Drama (1600-1620) in den nördlichen Niederlanden.
In: Christel Meijer, Bart Ramakers und Hartmut Beyer (Hrsg.), Akteure und Aktionen. Figuren und Handlungstypen im Drama der Frühen Neuzeit. Münster: Rhema, 2008, S. 209-232. Symbolische Kommunikation und 65.

Kapitel I – Fortuna. Kapitel II – Providentia Dei. & Kapitel III – Fatum.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 27-57, S. 58-90 & S. 91-120.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.

 

ANTONIUS VAN KOPPENOL

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

 

DAVID LINGELBACH

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

Om de Schouwburg voordeel by te bréngen: David Lingelbach als toneeldichter en schouwburgpachter.
In: De zeventiende eeuw 8 (1992), S. 177-186.
Sondernummer ‚Groeperingen en Instituties‘

Kapitel VIII – Poetische gerechtigheid. & Kapitel IX – Antropomorfe goden.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 283-317 & S. 318-344.

 

CHARLOTTE LOCHON

Het vrouwelijke perspectief: pastorale liefdesklachten van Jan van Broekhuizen (1649-1708) en Charlotte Lochon (†1689).
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 122 (2006), S. 54-71.

 

LODEWIJK MEYER

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

Kapitel VII – Determinatie.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 245-278.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.

 

NAAUWKEURIG ONDERWYS IN DE TOONEEL-POEZY

De theorie over de “vermakelijke hartstochten” in het Naauwkeurig onderwys in de tooneel-poëzy.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 108 (1992), S. 32-42.

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

Vlie ’t geen bespotbaar is: denkbeelden over beeldspraak in de tragedie rond 1700.
In: C. van Eck, M. Spies en T. Streng (red.), Een kwestie van stijl. Opvattingen over stijl in kunst en literatuur. Amsterdam: Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1997, S. 97-108. Amsterdamse Historische Reeks, kleine serie, 34.

 

NIEDERLÄNDISCH-DEUTSCHE KULTURBEZIEHUNGEN

Niederländisch-deutsche Kulturbeziehungen 1600-1830. Göttingen: V & R /  Unipress, 2009. Berliner Mittelalter- und Frühneuzeitforschung 7. Co-Redakteure: Inger Leemans und Bettina Noak.

Internetbibliothek niederländisch-deutscher historischer Übersetzungsbeziehungen. Co-Redakteure: Bettina Noak und Johanna Bundschuh-van Duikeren.

 

NIEDERLÄNDISCHE LITERATUR IM 17. JAHRHUNDERT

Das 17. Jahrhundert.
In: Ralf Grüttemeier und Maria-Theresia Leuker (Hrsg.) Niederländische Literaturgeschichte. Unter Mitarbeit von Amand Berteloot, J.W.H. Konst und Lut Missinne. Frankfurt & Weimar: Metzler, 2006, S. 59-121.

 

NIL VOLENTIBUS ARDUUM

De theorie over de “vermakelijke hartstochten” in het Naauwkeurig onderwys in de tooneel-poëzy.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 108 (1992), S. 32-42.

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

 

NON NOBIS

Een sonnet door “Non Nobis” bij Bredero’s Griane (1616).
In: Klinkend boeket. Studies over renaissancesonnetten voor Marijke Spies. Onder redactie van H. Duits, A.J. Gelderblom en M.B. Smits-Veldt. Hilversum: Verloren, 1994, S. 55-60.

 

ANDRIES PELS

Vadermoord en bloedschande: visies op Oedipus‘ vergrijpen tussen 1600 en 1850.
In: Nederlandse letterkunde 1 (1996), S. 138-155.

Vlie ’t geen bespotbaar is: denkbeelden over beeldspraak in de tragedie rond 1700.
In: C. van Eck, M. Spies en T. Streng (red.), Een kwestie van stijl. Opvattingen over stijl in kunst en literatuur. Amsterdam: Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1997, S. 97-108. Amsterdamse Historische Reeks, kleine serie, 34.

 

REZEPTION DER NIEDERLÄNDISCHEN LITERATUR IN POLEN

Een onbekende Vondeluitgave.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 110 (1994), S. 226-234.

Nederlandse literatuur 1576-1754 in de Bibliotheka Gdanska.
In: De nieuwe taalgids 88 (1995), S. 137-149.

Niederländische Literatur in Polen bis 1750.
In: Auf den Spuren der Niederländer zwischen Berlin und Warschau. III. Symposium der DNG (Deutsch-Niederländische Gesellschaft) 27.-29. Oktober 1995. Berlin, 1997, S. 98-112.

 

JAN SIX

1648: Rembrandt maakt een ets als illustratie voor de editie van Jan Six’ treurspel Medea. De relatie tussen toneel en schilderkunst.
In: R.L. Erenstein (hoofdred.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in de Nederlanden en Vlaanderen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996, S. 226-233.

Tot soo dolle wanhoop, en soo fel tot wraeck gedreven: Jan Six‘ beeld van Medea.
In: W. Abrahamse, A.C.G. Fleurkens & M. Meijer Drees (red.), Kort tijt-verdrijf. Opstellen over Nederlands toneel (vanaf ca. 1550) aangeboden aan M.B. Smits-Veldt. Amsterdam: A D & L Uitgevers, 1996, S. 185-192.

Jan Six, Medea. Treurspel. Uitgegeven naar de editie 1648, met een inleiding en aantekeningen. Gepubliceerd in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letterkunde (DBNL).

 

LUDOLF SMIDS

Vlie ’t geen bespotbaar is: denkbeelden over beeldspraak in de tragedie rond 1700.
In: C. van Eck, M. Spies en T. Streng (red.), Een kwestie van stijl. Opvattingen over stijl in kunst en literatuur. Amsterdam: Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1997, S. 97-108. Amsterdamse Historische Reeks, kleine serie, 34.

 

UT PICTURA POESIS

Een levende schoon-verwighe schilderije: de tragedie als historiestuk.
In: A.C.G. Fleurkens, L.C. Korpel & K. Meerhoff (red.), Dans der Muzen. De relatie tussen de kunsten gethematiseerd. Hilversum: Verloren, 1995, p. 103-115. Studies over de kunsten 1.

1648: Rembrandt maakt een ets als illustratie voor de editie van Jan Six’ treurspel Medea. De relatie tussen toneel en schilderkunst.
In: R.L. Erenstein (hoofdred.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in de Nederlanden en Vlaanderen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996, S. 226-233.

 

ROEMER PIETERSZ. VISSCHER

Galathe gehab dich wol! Roemer Visschers Sinnepoppen (1614) und die Frauenzimmer Gesprächspiele (1641-1649) von Georg Philipp Harsdörffer.
In: L. Jordan (Hrsg.), Niederländische Lyrik und ihre deutsche Rezeption in der Frühen Neuzeit. Wiesbaden: Harrasowitz Verlag, 2003, S. 75-108. Wolfenbütteler Forschungen 99.

 

JOOST VAN DEN VONDEL

Joost van den Vondel, Lust tot poëzie. Gedichten. Amsterdam: Querido, 1989. Griffioen-reeks. Co-editeur: Hans Luijten.

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

Een onbekende Vondeluitgave.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 110 (1994), S. 226-234.

Een levende schoon-verwighe schilderije: de tragedie als historiestuk.
In: A.C.G. Fleurkens, L.C. Korpel & K. Meerhoff (red.), Dans der Muzen. De relatie tussen de kunsten gethematiseerd. Hilversum: Verloren, 1995, p. 103-115. Studies over de kunsten 1.

Vadermoord en bloedschande: visies op Oedipus‘ vergrijpen tussen 1600 en 1850.
In: Nederlandse letterkunde 1 (1996), S. 138-155.

Het goet of quaet te kiezen: de rol van de vrije wil in Vondels Lucifer, Adam in ballingschap en Noah.
In: Nederlandse letterkunde 2 (1997), S. 319-337.

Geen kinderhaet verruckt u tot dees daet: de schuldconceptie in Vondels Jeptha, Koning David herstelt en Faëton.
In: Spiegel der letteren 39 (1997), S. 263-284.

Fortuin, Noodlot en Voorzienigheid Gods in Vondels toneeloeuvre.
In: H. Brems, G. Elshout, A.M. Musschoot en R. Vismans (red.), Nederlands 200 jaar later. Handelingen Dertiende Colloquium Neerlandicum (Leiden, 24-30 augustus 1997). Woubrugge: Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, 1998, S. 201-212.

De vrouwelijke personages in het toneel van Vondel.
In: Neerlandica Wratislaviensia 12 (1999), S. 7-21.

De motivatie van het offer van Ifis. Een reactie op de Jeptha-interpretatie van F.-W. Korsten.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 116 (2000), S. 153-167.

De relatie tussen vorm en inhoud in de zeventiende-eeuwse Nederlandse tragedie.
In: Spiegel der Letteren 44 (2002), S. 32-36.
Sondernummer ‚Het Nederlandse Renaissancetoneel als probleem en taak voor de literatuurhistorie‘.

Kapitel IV – Zinvolheid van het godsbestuur. Kapitel V – Vrije wil. & Kapitel VI – Schuld.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 127-164, S. 165-204 & S. 205-240.

Wat de toeschouwers niet te zien krijgen. “Verborgen handeling” in Vondels Maeghden (1639).
In: M. van Vaeck, H. Brems en G.H.M. Claassens, De steen van Alciato. Literatuur en visuele cultuur in de Nederlanden. Opstellen voor K. Porteman. Leuven: Peeters, 2003, S. 421-438.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.

Joost van den Vondel, Jeptha, of offerbelofte. Koning David hersteld. Faëton, of roekeloze stoutheid. Hrsg. J.W.H. Konst. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2004. Delta-reeks.

Medoogen en schrick uit te wercken: Der emotionale Effekt von Vondels Jeptha (1659).
In: Johann Anselm Steiger (Hrsg.), Passion, Affekt und Leidenschaft in der Frühen Neuzeit, 2 Bnd. II, Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 2005, Bnd. II, S. 802-816. Wolfenbütteler Arbeiten zur Barockforschung 43.

Belust op bybelstof. Die Auseinandersetzung mit alttestamentlichen Themen in den biblischen Dramen Joost van den Vondels (1587-1679).
In: Nachbarsprache Niederländisch, 22 (2007), S. 21-40. In Zusammenarbeit mit Bettina Noak.

 

JAN VOS

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen: Van Gorcum, 1993.

Het vermaak der hartstochten.
In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

Het noodtlot staat zoo pal gelijk een staale muur: het Fatum Stoicum in Jan Vos‘ Medea.
In: Nederlandse letterkunde 3 (1998), S. 357-371.

Kapitel VII – Determinatie.
In: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003, S. 245-278.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5.