16. & 17. Jahrhundert

Selbstständige Publikationen

J. v.d. Vondel, Lust tot poëzie. Gedichten. Amsterdam: Querido, 1989. 128 S. ISBN 90 214 0566 0. Griffioen-reeks. Co-editeur: Hans Luijten.

Woedende wraakghierigheidt en vruchtelooze weeklachten. De hartstochten in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Assen enz.: Van Gorcum, 1993. ISBN 90 232 2771 9.

J. Six, Medea. Treurspel. Uitgegeven naar de editie 1648, met een inleiding en antekeningen. Gepubliceerd in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letterkunde (DBNL).

Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600 – 1720. Hilversum: Verloren, 2003. ISBN 90 6550 745 0.

Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw. Amsterdam:
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2004. Mededelingen van de
Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 67, nr. 5. ISBN 90-6984-427-3.

J. v.d. Vondel, Jeptha, of offerbelofte. Koning David hersteld. Faëton, of roekeloze stoutheid.
Besorgt durch J.W.H. Konst. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2004. ISBN 90 351
2625 1. Delta-reeks.

Handelingen van de Bijeenkomst van Universitaire Docenten Nederlands in het Duitse Taalgebied (Berlijn, 18-20 maart 2004), Münster: Agenda Verlag, 2005. ISBN: 3-89688-
246-5. Co-Redakteure: Amand Berteloot und Nicolette Zwijnenburg.

‘17. Jahrhundert.’ In: Ralf Grüttemeier und Maria-Theresia Leuker (Hrsg.) Niederländische Literaturgeschichte. Unter Mitarbeit von Amand Berteloot, J.W.H. Konst und Lut Missinne. Frankfurt & Weimar: Metzler, 2006, S. 59-121. ISBN 978-3-476-02061-1.

Niederländisch-deutsche Kulturbeziehungen 1600-1830. Göttingen: V & R Unipress, 2009. ISBN 978-3-89971-550-7. Berliner Mittelalter- und Frühneuzeitforschung 7. Co-Redakteure: Inger Leemans und Bettina Noak.

Internetbibliothek niederländisch-deutscher historischer Übersetzungsbeziehungen. Co-Redakteure: Bettina Noak und Johanna Bundschuh-van Duikeren.

Beiträge in Büchern und Zeitschriften

‘De structuur van de handeling in Hoofts Baeto.’ In: De nieuwe taalgids 83 (1990), S. 41-53.

‘De retorica van het “movere” in Jeremias de Deckers Goede Vrydag ofte het Lijden onses Heeren Jesu Christi.’ In: De nieuwe taalgids 83 (1990), S. 298-312.

‘De theorie over de “vermakelijke hartstochten” in het Naauwkeurig onderwys in de tooneel-poëzy.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 108 (1992), S. 32-42.

“Om de Schouwburg voordeel by te bréngen”: David Lingelbach als toneeldichter en schouwburgpachter.’ In: De zeventiende eeuw 8 (1992), S. 177-186.

‘Het vermaak der hartstochten.’ In: Literatuur 11 (1994), S. 151-157.

‘Een onbekende Vondeluitgave.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 110 (1994), S. 226-234.

‘Een sonnet door “Non Nobis” bij Bredero’s Griane (1616).’ In: Klinkend boeket. Studies over renaissancesonnetten voor Marijke Spies. Onder redactie van H. Duits, A.J. Gelderblom en M.B. Smits-Veldt. Hilversum: Verloren, 1994, S. 55-60.

‘“Een levende schoon-verwighe schilderije”: de tragedie als historiestuk.’ In: A.C.G. Fleurkens, L.C. Korpel & K. Meerhoff (red.), Dans der Muzen. De relatie tussen de kunsten gethematiseerd. Hilversum: Verloren, 1995, p. 103-115. Studies over de kunsten 1.

‘Nederlandse literatuur 1576-1754 in de Bibliotheka Gdanska.’ In: De nieuwe taalgids 88 (1995), S. 137-149.

‘1648: Rembrandt maakt een ets als illustratie voor de editie van Jan Six’ treurspel Medea. De relatie tussen toneel en schilderkunst.’ In: R.L. Erenstein (hoofdred.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in de Nederlanden en Vlaanderen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996, S. 226-233.

‘Vadermoord en bloedschande: visies op Oedipus‘ vergrijpen tussen 1600 en 1850.’ In: Nederlandse letterkunde 1 (1996), S. 138-155.

‘“Tot soo dolle wanhoop, en soo fel tot wraeck gedreven”: Jan Six‘ beeld van Medea.’ In: W. Abrahamse, A.C.G. Fleurkens & M. Meijer Drees (red.), Kort tijt-verdrijf. Opstellen over Nederlands toneel (vanaf ca. 1550) aangeboden aan M.B. Smits-Veldt. Amsterdam: A D & L Uitgevers, 1996, S. 185-192.

‘“Vlie ’t geen bespotbaar is”: denkbeelden over beeldspraak in de tragedie rond 1700.’ In: C. van Eck, M. Spies en T. Streng (red.), Een kwestie van stijl. Opvattingen over stijl in kunst en literatuur. Amsterdam: Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1997, S. 97-108. Amsterdamse Historische Reeks, kleine serie, 34.

‘“Dits des werrelts loop”: Fortuna, Fatum en Providentia Dei in het toneeloeuvre van Pieter Cornelisz Hooft.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113 (1997), S. 28-45.

‘Niederländische Literatur in Polen bis 1750.’ In: Auf den Spuren der Niederländer zwischen Berlin und Warschau. III. Symposium der DNG (Deutsch-Niederländische Gesellschaft) 27.-29. Oktober 1995. Berlin, 1997, S. 98-112.

‘“Ben ick niet een rustich knecht?”: het spelkarakter van Daniël Heinsius‘ Pastorael.’ In: Neerlandica extra muros 35-3 (1997), S. 8-18.

‘“Ick had wat in den zin”: het handelingsinitiatief in de ernstige spelen van Pieter Cornelisz Hooft.’ In: J. Jansen (red.), Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997. Amsterdam: A D & L Uitgevers, [1997], S. 13-33.

‘“Het goet of quaet te kiezen”: de rol van de vrije wil in Vondels Lucifer, Adam in ballingschap en Noah.’ In: Nederlandse letterkunde 2 (1997), S. 319-337.

‘“Geen kinderhaet verruckt u tot dees daet”: de schuldconceptie in Vondels Jeptha, Koning David herstelt en Faëton.’ In: Spiegel der letteren 39 (1997), S. 263-284.

‘Fortuin, Noodlot en Voorzienigheid Gods in Vondels toneeloeuvre.’ In: H. Brems, G. Elshout, A.M. Musschoot en R. Vismans (red.), Nederlands 200 jaar later. Handelingen Dertiende Colloquium Neerlandicum (Leiden, 24-30 augustus 1997). Woubrugge: Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, 1998, S. 201-212.

‘“Het noodtlot staat zoo pal gelijk een staale muur”: het Fatum Stoicum in Jan Vos‘ Medea.’ In: Nederlandse letterkunde 3 (1998), S. 357-371.

‘Nederlands toneel 1600-1730. Het onderzoek van de laatste twintig jaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 115 (1999), S. 201-217.

‘De vrouwelijke personages in het toneel van Vondel.’ In: Neerlandica Wratislaviensia 12 (1999), S. 7-21.

‘Endzeitvorstellungen in den Niederlanden im siebzehnten Jahrhundert.’ In: Nachbarsprache Niederländisch 15 (2000), S. 105-134.

‘De motivatie van het offer van Ifis. Een reactie op de Jeptha-interpretatie van F.-W. Korsten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 116 (2000), S. 153-167.

‘De relatie tussen vorm en inhoud in de zeventiende-eeuwse Nederlandse tragedie.’ In: Spiegel der Letteren 44 (2002), S. 32-36.

‘De weg van het lichaam. Heijmen Dullaerts “Op de vyf wonden des Heilands”.’ In: Nachbarsprache Niederländisch 17-1 (2002), S. 30-38.

‘“Galathe gehab dich wol!” Roemer Visschers Sinnepoppen (1614) und die Frauenzimmer Gesprächspiele (1641-1649) von Georg Philipp Harsdörffer.’ In: L. Jordan (Hrsg.), Niederländische Lyrik und ihre deutsche Rezeption in der Frühen Neuzeit. Wiesbaden: Harrasowitz Verlag, 2003, S. 75-108. Wolfenbütteler Forschungen 99.

‘Wat de toeschouwers niet te zien krijgen. “Verborgen handeling” in Vondels Maeghden (1639).’ In: M. van Vaeck, H. Brems en G.H.M. Claassens, De steen van Alciato. Literatuur en visuele cultuur in de Nederlanden. Opstellen voor K. Porteman. Leuven: Peeters, 2003, S. 421-438.

‘“Medoogen en schrick uit te wercken”: Der emotionale Effekt von Vondels Jeptha (1659).’ In: Johann Anselm Steiger (Hrsg.), Passion, Affekt und Leidenschaft in der Frühen Neuzeit, 2
Bnd. II, Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 2005, Bnd. II, S. 802-816. Wolfenbütteler Arbeiten zur Barockforschung 43.

‘Het vrouwelijke perspectief: pastorale liefdesklachten van Jan van Broekhuizen (1649-1708) en Charlotte Lochon (†1689).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 122 (2006), S. 54-71.

‘“Dank Hemel! gy hebt haar gestraft en my gewrooken.” Het ondergangsscenario in
Abraham Bogaerts Myrrha (1688).’ In: Spiegel der Letteren 48 (2006), S. 281-302.

‘Beständigkeit versus Wankelmut. Personentypen im senecanisch-scaligerianischen Drama (1600-1620) in den nördlichen Niederlanden.’ In: Christel Meijer, Bart Ramakers und Hartmut Beyer (Hrsg.), Akteure und Aktionen. Figuren und Handlungstypen im Drama der Frühen Neuzeit. Münster: Rhema, 2008, S. 209-232. Symbolische Kommunikation und 65.

‘“Belust op bybelstof.” Die Auseinandersetzung mit alttestamentlichen Themen in den biblischen Dramen Joost van den Vondels (1587-1679).’ In: Nachbarsprache Niederländisch, 22 (2007), S. 21-40. In Zusammenarbeit mit Bettina Noak.

Advertisements