20. & 21. Jahrhundert

 

 

ARMANDO

Berlin ist also keine schöne Stadt, wohl aber eine fesselnde Stadt: das Bild Berlins bei Armando und Nooteboom.
In: St. Kiedron en A. Kowalska-Szubert (red.), Thesaurus polyglottus et flores quadrilingues. Festschrift für Stanisław Prędota zum 60. Geburtstag. Wroclaw: Oficyna Wydawnicza ATUT – Wroclawskie Wydawnictwo Oswiatowe, 2004, S. 629-644.

 

LOUIS COUPERUS

Het was krankzinnigheid den vuist te ballen tegen het fatum. Noodlotsconcepties bij Louis Couperus, Adriaan Roland Holst en Arthur van Schendel.
In: Internationale neerlandistiek 55 (2017), S. 209-234.

 

LOUIS FERRON

Je lijkt me gevaarlijker dan al die hoge heren bij elkaar. Referentialiteit en retorica in De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron.
In: Nederlandse letterkunde 14 (2009), S. 271-295.

Dokter Jankowsky alias Sigmund Rascher. Nogmaals over referentialiteit in Louis Ferrons De keisnijder van Fichtenwald (1976).
In: Nederlandse letterkunde 16 (2011), S. 19-39.

De rol van ‚völkisch-nationale‘ en nationaalsocialistische literatuur in Het stierenoffer van Louis Ferron.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal en letterkunde 128 (2012), S. 185-392.

Zullen de goden pas tevreden zijn als zij de tanden in het eigen vlees hebben gezet? De betekenis van leven en werk van Heinrich von Kleist voor De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron.
In: Internationale Neerlandistiek 51(2013), S. 217-242.

Ziektegeschiedenissen als de sprookjes van een nieuwe tijd. De historische werkelijkheid in De gallische ziekte (1979) van Louis Ferron.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 130 (2014), S. 172-192.

De heilige plicht van de gehoorzaamheid. De karaktertekening in de Duitslandromans van Louis Ferron tegen de achtergrond van het concept van de autoritaire persoonlijkheid.
In: Internationale neerlandistiek 52 (2014), S. 135-154.

Een atmosfeer van veilige beslotenheid. Over De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron.
In: Rick Honings, Lotte Jensen & Olga van Marion, Schokkende boeken! Vanaf de middeleeuwen tot nu. Hilversum: Verloren, 2014, S. 256-264.

Alles waan. Louis Ferron en het Derde Rijk. Amsterdam & Antwerpen: De Bezige Bij, 2015.

Meneer, waarom moeten we dit lezen? Over De keisnijder van Fichtenwald van Louis Ferron.
In: Mark van Leeuwen en Ivar Schute (red.), Een jongensreis. Herinneringen aan Louis Ferron. [Almere]: Uitgeverij Vreugdenberg 2015, p. 23-32.

 

GESCHICHTE DER NIEDERLANDISTIK

Themanummer Internationale neerlandistiek 47 (2009-2): ‘Europese geschiedenis van de neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen.ʼ Co-Redakteure: Matthias Hüning, Guy Janssens, Stefan Kiedron und Roel Vismans.

Neerlandistiek in Europa. Bijdragen tot de geschiedenis van de neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen. Co-redacteuren: Tanja Holzhey en Matthias Hüning. Münster: Waxmann, 2010.

 

GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE LITERATUUR

A.J. Gelderblom & A.M. Musschoot, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur.
In: Ralf Grüttemeier (Hrsg.), En toch beweegt zij. Vijftig jaar vakgeschiedenis en internationale neerlandistiek. Sondernummer von Internationale Neerlandistiek 50 (2012), S. 162-164.

 

ARNON GRUNBERG

De joodse messias van Arnon Grunberg en Mein Kampf van Je-Weet-Wel-Wie.
In: Ons Erfdeel 59 (2016-1), p. 82-91.

 

JAAP HARTEN

Jaap Harten over de teloorgang van Berlijn.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

A.F.TH. VAN DER HEIJDEN

De heiligst denkbare levenswijze. De vrijheid, dan wel gebondenheid van menselijk handelen in A.F.Th. van der Heijdens Mim of de doorstoken globe (2007).
In: Nederlandse letterkunde 14 (2009), S. 133-154.

De poëtica van het toeval. Over Harry Mulisch, A.F.Th. van der Heijden en Leon de Winter.
In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 133 (2017), S. 61-80.

 

HERMAN HEIJERMANS

Herman Heijermans over het Berlijnse daklozenasiel.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

Herman Heijermans over een Berlijns warenhuis.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

STEFAN HERTMANS

Het gedicht Goya als Hond (1999) van Stefan Hertmans: een analyse.
In: Spiegel der letteren 46 (2004), S. 49-75.

 

COEN HISSINK

Coen Hissink over een Berlijnse Gay Bar.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

PETER HOLVOET HANSSEN

In haar vacht bijt ik mijn „ontboezemingen in het vossenvel“. Over de reeks „Biotoop“ in Santander (2001) van Peter Holvoet-Hanssen.
In: Jan Konst, Thomas Vaessens en Gijsbert Pols (Hrsg.) De tekst op tafel. Lecturen van eenentwintigste-eeuwse poëzie. Themadossier Neerlandistiek.nl, jaargang 2009. Dossiernummer 09.06.

 

ED. HOORNIK

Ed. Hoornik over de „Kristallnacht“.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

JAHRGÄNGE 1919-1921

De oorlog heeft er flink ingehakt, dat mag u gerust weten. Een generationele lectuur van auteurs uit het geboortecohort 1919-1921. Deel I.
In: Nachbarsprache Niederländisch 25 (2010), S. 44-61.

De oorlog heeft er flink ingehakt, dat mag u gerust weten. Een generationele lectuur van auteurs uit het geboortecohort 1919-1921. Deel II.
In: Nachbarsprache Niederländisch 26 (2011), S. 57-76.

 

HARRIE JEKKERS (KLEIN ORKEST)

Harrie Jekkers (Klein Orkest) over de Muur.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

KOMPARATIVE NIEDERLANDISTIK

Comparatieve Neerlandistiek: de bestudering van de literatuur uit Nederland en Vlaanderen in het het Duitse taalgebied sinds 1990.
In: Internationale neerlandistiek 48-3 (2010), S. 30-43.

Comparatieve Neerlandistiek: de profilering van de vakbeoefening buiten het Nederlandse taalgebied.
In: Vooys. Tijdschrift voor letteren 28 (2010), S. 21-30.
Sondernummer: Themadossier internationale neerlandistiek.

 

TOMAS LIESKE

Het motief van de unreliable narrator en de figuur van de mis en abyme in De karamelaverkoper van Tomas Lieske.
In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 122 (2006), S. 142-159.

 

LYRIK IM 21. JAHRHUNDERT

Keine triste Isolde. Gegenwartslyrik aus Flandern und den Niederlanden. Zweisprachige Ausgabe. Zusammen mit Jaap Grave und Bettina Noak. Göttingen: Wallstein Verlag, 2007.

De tekst op tafel. Lecturen van eenentwintigste-eeuwse poëzie. Themadossier verschenen in Neerlandistiek.nl, jaargang 2009. Elf Beiträge mit einer Einleitung. Co-Redakteure: Thomas Vaessens und Gijsbert Pols.

 

HENDRIK MARSMAN

Hendrik Marsman over het Berlijnse nachtleven.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

K. MICHEL

Vertel nu het gedicht in je eigen woorden na. Over het interpreteren van de poëzie van K. Michel.
In: Parmentier 17 (2008), S. 50-59.

Genau schauen ist eine Bewegung vornüber machen. Der Lyriker K. Michel.
In: Jurriaan Benschp (Hrsg.), Blick ohne Ende. Niederländer in Berlin. Tjebbe Beekman, Ronald de Bloeme, Arjan van Helmond, Maarten Janssen, Michael Markwick & Lidwien van de Ven. Berlin 2010, S. 52-54.

 

HARRY MULISCH

Rundherum Fenster und eine Eisenleiter. Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed (1959).
In: Johanna Bundschuh-van Duikeren, Lut Missinne & Jan Konst (Hrsg.), Grundkurs Literatur aus Flandern und den Niederlanden. 2 Bnd. I: 12 Texte – 12 Zugänge. Münster 2014, S. 281-297.

De poëtica van het toeval. Over Harry Mulisch, A.F.Th. van der Heijden en Leon de Winter.
In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 133 (2017), S. 61-80.

 

RAMSEY NASR

Skerieus ben geen racist. Het politieke dichterschap van Ramsey Nasr.
In: Parmentier 19-2(2010), S. 52-61. Co-Autor: Arnoud van Adrichem.

 

CEES NOOTEBOOM

Berlin ist also keine schöne Stadt, wohl aber eine fesselnde Stadt: das Bild Berlins bei Armando und Nooteboom.
In: St. Kiedron en A. Kowalska-Szubert (red.), Thesaurus polyglottus et flores quadrilingues. Festschrift für Stanisław Prędota zum 60. Geburtstag. Wroclaw: Oficyna Wydawnicza ATUT – Wroclawskie Wydawnictwo Oswiatowe, 2004, S. 629-644.

1945 bis Gegenwart. Niederlande und Belgien.
In: H.R. Brittnacher & Markus May (Hrsg.), Phantastik. Ein interdisziplinäres Handbuch, Stuttgart 2013, S. 183-187.

 

GERARD REVE

Gerard Reve over de „Operatie Sinaasappel“.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

De blik op de wereld gericht. Over Maud Vanhauwaert.
In: Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre (Hrsg.), Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw. Nijmegen 2016, S. 263-275.

 

SIMON VESTDIJK

Een SA-bijeenkomst beschreven door Simon Vestdijk.
In: Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009.

 

LEON DE WINTER

Daden van onbaatzuchtigheid. Het politiek schrijverschap van Leon de Winter.
In: Nachbarsprache Niederländisch, 31/32 (2016/2017), S. 10-16.

De poëtica van het toeval. Over Harry Mulisch, A.F.Th. van der Heijden en Leon de Winter.
In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 133 (2017), S. 61-80.