20. & 21. Jahrhundert

Selbstständige Publikationen

Handelingen van de Bijeenkomst van Universitaire Docenten Nederlands in het Duitse
Taalgebied (Berlijn, 18-20 maart 2004)
, Münster: Agenda Verlag, 2005. ISBN: 3-89688-246-5. Co-Redakteure: Amand Berteloot und Nicolette Zwijnenburg.

Keine triste Isolde. Gegenwartslyrik aus Flandern und den Niederlanden. Zweisprachige Ausgabe. Herausgegeben von Jan Konst, Jaap Grave und Bettina Noak. Göttingen: Wallstein Verlag, 2007. p. ISBN 978-3-8353-0160-3.

Iedereen is op weg naar de Brandenburger Tor. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn. Met een voorwoord van A.F.Th. van der Heijden. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2009. ISBN978 90 290 8455 0 / NUR 309.

Themanummer Internationale neerlandistiek 47 (2009-2): ‘Europese geschiedenis van de
neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen.ʼ ISSN 0047-9276. Co-Redakteure:
Matthias Hüning, Guy Janssens, Stefan Kiedron und Roel Vismans

De tekst op tafel. Lecturen van eenentwintigste-eeuwse poëzie. Themadossier verschenen in
Neerlandistiek.nl, jaargang 2009. (Hier klicken) Elf Beiträge und vorab eine Einleitung. Co-Redakteure: Thomas Vaessens und Gijsbert Pols.

Neerlandistiek in Europa. Bijdragen tot de geschiedenis van de universitaire neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen. Münster: Waxmann, 2010. ISBN 978-3-8309-2382-4 Co-
Redakteure: Matthias Hüning und Tanja Holzhey.

Beiträge an Büchern und in Zeitschriften

‘Het gedicht Goya als Hond (1999) van Stefan Hertmans: een analyse.‘ In: Spiegel der letteren 46 (2004), S. 49-75.

‘“Berlin ist also keine schöne Stadt, wohl aber eine fesselnde Stadt”: das Bild Berlins bei
Armando und Nooteboom.’ In: St. Kiedron en A. Kowalska-Szubert (red.), Thesaurus polyglottus et flores quadrilingues. Festschrift für Stanisław Prędota zum 60. Geburtstag. Wroclaw: Oficyna Wydawnicza ATUT – Wroclawskie Wydawnictwo Oswiatowe, 2004, S. 629-644.

‘“De epauletten neuken de vrouw van de stethoscoop.” De metafictionele structuur van Cees
Nootebooms Een lied van schijn en wezen.’ In: Nederlandse letterkunde 10 (2005), S. 49-69.

‘Het motief van de unreliable narrator en de figuur van de mis en abyme in De karamelaverkoper van Tomas Lieske.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 122 (2006), S. 142-159.

‘“Poëzie is gevaarlijk of zij is geen poëzie.” Ilja Leonard Pfeijffer en de poëtica van de obscuritas.’ In: Nederlandse letterkunde 12 (2007), S. 1-21.

‘“Vertel nu het gedicht in je eigen woorden na.” Over het interpreteren van de poëzie van K. Michel.’ In: Parmentier 17 (2008), S. 50-59.

‚In haar vacht bijt ik mijn “ontboezemingen in het vossenvel”. Over de reeks “Biotoop” in Santander (2001) van Peter Holvoet-Hanssen.” [12 p.] In: Jan Konst, Thomas Vaessens en Gijsbert Pols (Hrsg.) De tekst op tafel. Lecturen van eenentwintigste-eeuwse poëzie. Themadossier Neerlandistiek.nl, jaargang 2009 (Hier klicken) Dossiernummer 09.06.

ʻ“De heiligst denkbare levenswijze.” De vrijheid, dan wel gebondenheid van menselijk handelen in A.F.Th. van der Heijdens Mim of de doorstoken globe (2007). In: Nederlandse
letterkunde
14 (2009), S. 133-154.

‘”Je lijkt me gevaarlijker dan al die hoge heren bij elkaar.” Referentialiteit en retorica in De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron.’ In: Nederlandse letterkunde 14 (2009), S. 271-295.

‘”Skerieus ben geen racist.” Het politieke dichterschap van Ramsey Nasr.’ In: Parmentier 19-
2(2010), S. 52-61. Co-Autor: Arnoud van Adrichem.

‘Comparatieve Neerlandistiek: de bestudering van de literatuur uit Nederland en Vlaanderen
in het het Duitse taalgebied sinds 1990.’ In: Internationale neerlandistiek 48-3 (2010), S. 30-43.

‘Comparatieve Neerlandistiek: vakbeoefening buiten het Nederlandse taalgebied.’ In: Vooys. Tijdschrift voor letteren 28 (2010), S. 21-30.

ʻ“Genau schauen ist eine Bewegung vornüber machen“. Der Lyriker K. Michel.’ In: Jurriaan Benschp (Hrsg.), Blick ohne Ende. Niederländer in Berlin. Tjebbe Beekman, Ronald de Bloeme, Arjan van Helmond, Maarten Janssen, Michael Markwick & Lidwien van de Ven. Berlin 2010, S. 52-54.

‘”De oorlog heeft er flink ingehakt, dat mag u gerust weten.”’ Een generationele lectuur van auteurs uit het geboortecohort 1919-1921.’ Deel I. In: Nachbarsprache Niederländisch 25 (2010), S. 44-61.

‘”De oorlog heeft er flink ingehakt, dat mag u gerust weten.”’ Een generationele lectuur van auteurs uit het geboortecohort 1919-1921.’ Deel II. In: Nachbarsprache Niederländisch 26 (2011), S. 57-76.

ʻDokter Jankowsky alias Sigmund Rascher. Nogmaals over referentialiteit in Louis Ferrons De keisnijder van Fichtenwald (1976).ʼ In: Nederlandse letterkunde 16 (2011), S. 19-39.

‘Hoe ziet een vis de rivier waarin hij zwemt? Waarnemen vanuit een liminaal perspectief in de Berlijnse notities van Cees Nooteboom.‘ In: Internationale neerlandistiek 50 (2012), S. 235-250. (In Zusammenarbeit mit Saskia Pieterse)

‚De rol van ‘völkisch-nationale’ en nationaalsocialistische literatuur in Het stierenoffer van Louis Ferron.‘ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal en letterkunde 128 (2012), S. 185-392.

‚A.J. Gelderblom & A.M. Musschoot, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur.‘ In: Ralf Grüttemeier (Hrsg.), En toch beweegt zij. Vijftig jaar vakgeschiedenis en internationale neerlandistiek. Sondernummer von Internationale Neerlandistiek 50 (2012), S. 162-164.

‚“Zullen de goden pas tevreden zijn als zij de tanden in het eigen vlees hebben gezet?‘ De betekenis van leven en werk van Heinrich von Kleist voor De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron.‘ In: Internationale Neerlandistiek 51(2013), S. 217-242.

‚1945 bis Gegenwart. Niederlande und Belgien.‘ In: H.R. Brittnacher & Markus May (Hrsg.), Phantastik. Ein interdisziplinäres Handbuch, Stuttgart 2013, S. 183-187.

‚“Ziektegeschiedenissen als de sprookjes van een nieuwe tijd.“ De historische werkelijkheid in De gallische ziekte (1979) van Louis Ferron.‘ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en
letterkunde
130 (2014), S. 172-192.

‚“De heilige plicht van de gehoorzaamheid.“ De karaktertekening in de Duitslandromans van Louis Ferron tegen de achtergrond van het concept van de autoritaire persoonlijkheid.‘ In: Internationale neerlandistiek 52 (2014), S. 135-154.

‚“Een atmosfeer van veilige beslotenheid.“ Over De keisnijder van Fichtenwald (1976) van Louis Ferron. In: Rick Honings, Lotte Jensen & Olga van Marion, Schokkende boeken! Vanaf de middeleeuwen tot nu. Hilversum: Verloren, 2014, S. 256-264.

‘“Rundherum Fenster und eine Eisenleiter.“ Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed (1959).‘ In: Johanna Bundschuh-van Duikeren, Lut Missinne & Jan Konst (Hrsg.), Grundkurs Literatur aus Flandern und den Niederlanden. 2 Bnd. I: 12 Texte – 12 Zugänge. Münster 2014, S. 281-297.

Advertisements