Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600 – 1720

Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2003.
ISBN 90 6550 745 0

Fortuna, Fatum009

 

In de meeste zeventiende-eeuwse tragedies ervaren de hoofdpersonen dat zij slechts weinig invloed kunnen uitoefenen op de loop der dingen. Zij bereiken niet wat ze zouden willen bereiken of worden door de omstandigheden gedwongen iets te doen dat tegen hun diepste gevoelens indruist. Op deze manier laten toneeldichters zien dat het menselijke zelfbeschikkingsvermogen begrensd is en het uiteindelijk moet afleggen tegen de absolute macht van het toeval of de Fortuin (Fortuna), het Noodlot (Fatum) en de Voorzienigheid Gods (Providentia Dei).

 

 

De dramatische literatuur van 1600 tot 1720 kan in vier clusters bestudeerd worden die in grote lijnen chronologisch geordend zijn. Beziet men op deze wijze achtereenvolgens het senecaans-scaligeriaanse toneel, het dramatische oeuvre van Vondel, het spektakeltoneel zoals dat in de jaren zestig door Vos en Meyer voorgestaan wordt, en in de vierde en laatste plaats het Frans-classicistische toneel, dan laat zich eenvoudig vaststellen dat er sprake is van een steeds wisselende probleemstelling met betrekking tot de precieze verhouding tussen enerzijds individueel handelen en anderzijds het functioneren van Fortuna, Fatum en Providentia Dei. Deze wisselende probleemstelling kan gerelateerd worden aan formele bijzonderheden die speciaal ook de handelingsstructuur en de karaktertekening betreffen. In concreto betekent dit bijvoorbeeld dat er in de treurspelen van Vos en Meyer onmiskenbaar andersoortige typen van dramatis personae ten tonele treden dan in het drama dat rond de eeuwwende van 1700 onder invloed van de poëticale denkbeelden van Nil Volentibus Arduum tot stand kwam. Deze verschillen nu kunnen direct in verband gebracht worden met de bijzondere invalshoek die aan de ene kant Vos en Meyer en aan de andere kant de Frans-classicistische toneeldichters kiezen, wanneer het erom gaat het samenspel van menselijk handelen enerzijds en de zeggenschap van hogere, abstacte autoriteiten anderzijds te problematiseren. Evenzo kunnen de verschillen die men in de handelingsstructuur van bijvoorbeeld het senecaans-scaligeriaanse toneel en de bijbelspelen van Vondel kan waarnemen, beschreven worden in het licht van de invalshoek waaronder Hooft, Bredero en Coster, respectievelijk Vondel de mogelijkheden van menselijk handelen in relatie tot de Fortuin, het Noodlot en de Voorzienigheid Gods thematiseren. / Fortuna, Fatum en Providentia Dei – S. 348

Fortuna, Fatum009

 

Fortuna, Fatum en Providentia Dei ist erhältlich als GEBUNDENES BUCH (€ 39)

 

 

 

PRESSESTIMMEN

 

fatum-rec.jpg

 

De grote verdienste van Konst is het dat hij een brug heeft geslagen tussen wereldbeschouwing en schouwburg, denken en drama. Konst biedt ons een hoogst interessante blik achter de coulissen van het 17de-eeuwse toneel. / Marinus de Baar in Trouw, 16. August 2003.

Jan Konst heeft de boodschap van het zeventiende-eeuwse ernstige toneel overtuigend in kaart gebracht. Over zijn schrijfstijl, methode en aanpak niets dan lof. Zijn voorbeeld om de Nederlandse letterkunde primair inhoudelijk te analyseren, verdient meer navolging dan tot op heden in de neerlandistiek het geval is. / John Exalto in Nederlands dagblad, 26. September 2003.

Jan Konst voorziet in een behoefte […]. Hoewel de stof zeer complex is, weet hij de materie smakelijk te vertellen, waardoor hij zijn lezers tot de laatste pagina geboeid houdt. Een ander aspect dat het boek aantrekkelijk maakt is de luxueuze en overzichtelijke uitvoering. […] Al met al is deze studie een interessante synthese en een aanzet tot verder onderzoek, die de lezer bovenal nieuwsgierig maakt naar een uitgebreidere inventarisatie van de moraalfilosofische materie in de toneelwereld binnen en buiten de canon. / Betsy Wormgoor in Nederlandse LetterkundeVol.  9 (2004-1).

Een inzichtelijk boek over een belangrijk onderwerp. / Johan Koppenol in Literatuur, Vol. 21 (2004-1).

 

Fortuna - pagina 2Fortuna - pagina 1

 

Het Noodlot was een basisingrediënt van de klassieke tragedie. Naarmate het genre in de Renaissance populairder werd, werd het probleem van de verhouding tussen het klassieke Noodlot en de Voorzienigheid Gods knellender. De Berlijnse hoogleraar Jan Konst heeft nu een uitdagende oplossing gesuggereerd. / Lia van Gemert in Neerlandica extra Muros, Vol. 42 (2004-1).

Prof. Dr. Jan Konst ist es auf eindrucksvolle Weise gelungen, mit diesem Buch eine Übersicht über den oben genannten Themenkomplex in den niederländischen Trauerspielen der Zeit zwischen 1600 und 1720 zu geben. Er fokussiert das Verhalten des Individuums in Bezug auf das Wirken von fortuna, fatum und providentia dei. Hierfür hat er mehr als 35 Trauerspiele des 17. Jahrhunderts untersucht, darunter die der wohl bekanntesten Literaten P.C. Hooft, G.A. Bredero und Joost van den Vondel. Haus der NiederlandeBuch des Monats September 2003.

<- zurück