Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600 – 1720.

Hilversum: Verloren, 2003. ISBN 90 6550 745 0.

Zeventiende-eeuwse toneeldichters laten zien dat het menselijke zelfbeschikkingsvermogen begrensd is en het uiteindelijk moet afleggen tegen de absolute macht van het toeval of de Fortuin (Fortuna), het Noodlot (Fatum) en de Voorzienigheid Gods (Providentia Dei).

Pressestimmen

De grote verdienste van Konst is het dat hij een brug heeft geslagen tussen wereldbeschouwing en schouwburg, denken en drama. Konst biedt ons een hoogst interessante blik achter de coulissen van het 17de-eeuwse toneel.

Marinus de Baar, Trouw, 16 augustus 2003.

Jan Konst heeft de boodschap van het zeventiende-eeuwse ernstige toneel overtuigend in kaart gebracht. Over zijn schrijfstijl, methode en aanpak niets dan lof. Zijn voorbeeld om de Nederlandse letterkunde primair inhoudelijk te analyseren, verdient meer navolging dan tot op heden in de neerlandistiek het geval is.

John Exalto, Nederlands dagblad, 26 september 2003.

Het Noodlot was een basisingrediënt van de klassieke tragedie. Naarmate het genre in de Renaissance populairder werd, werd het probleem van de verhouding tussen het klassieke Noodlot en de Voorzienigheid Gods knellender. De Berlijnse hoogleraar Jan Konst heeft nu een uitdagende oplossing gesuggereerd.

Lia van Gemert, Neerlandica extra Muros (2004)

<- zurück

Buchcover Fortuna, Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600 – 1720

Advertisements